Erasmus Magazine

Stil protest in Sandersgebouw tegen seksueel geweld – Erasmus Magazine

Source: Stil protest in Sandersgebouw tegen seksueel geweld – Erasmus Magazine

rape-free-campus-petition

Lees meer

EUR-studente start petitie om aanrander te schorsen

IBCoM-studente Cece Dao wil dat de universiteit haar aanrander schorst. De medestudent…

 

Dao zat op een kleed en onder een dekbed met daarop de tekst ‘Ssst, she’s sleeping’, een verwijzing naar het moment waarop zij zegt aangerand te zijn: terwijl ze sliep in het huis van de vermeende dader.

De plek van het protest was niet toevallig gekozen: ze zat daar donderdag omdat haar vermeende aanrander op dat moment college had in het gebouw. “Ik wilde hem laten zien dat hij er niet mee wegkomt.” Naast het ‘bed’ had Dao een doos neergezet met daarin hartjes. De bedoeling was dat passanten voor elk slachtoffer van seksueel geweld dat ze kenden een hartje pakten en op het bed legden. “Een medewerkster vertelde me dat ze dan de hele doos hartjes wel kon gebruiken.” Terwijl de protestactie aan de gang was, werd de beschuldigde student door de campusbeveiliging uit college gehaald, zegt Dao, en via een achteruitgang uit het Sandersgebouw geëscorteerd.

Campusverbod

Eerder heeft haar opleiding, de International Bachelor of Communication and Media (IBCoM), geregeld dat zij en de beschuldigde student niet op dezelfde dag op de campus zijn en elkaar dus niet snel tegen zouden komen. Maar Dao wil een volledig campusverbod, en als het zou kunnen een aantekening op zijn diploma. “Als je plagiaat pleegt krijg je ook een aantekening, waarom dan niet bij aanranding?”, vraagt ze zich af.

Ze heeft bij de universiteit een klacht ingediend, met het verzoek een volledig campusverbod uit te vaardigen. Die zaak loopt nu bij de Commissie Seksuele Intimidatie, Agressie en Geweld (SIAG). Dao is niet gelukkig met de wijze waarop de Commissie SIAG dat aanpakt. “Ik hoorde na mijn klacht een week lang niets. Toen hoorde ik dat de zitting twee werkdagen later al zou zijn, en dat er Nederlands gesproken zou worden.” De Vietnamese studente kreeg daarbij naar eigen zeggen te horen dat de universiteit geen tolk voor haar kon regelen. “Dus ik ben meteen gaan zoeken naar een student die mij kon helpen. Toen ik die eenmaal gevonden had, liet de Commissie vlak voor de zitting weten toch een tolk te hebben gevonden.”

Universiteit ontkent

De universiteit ontkent deze gang van zaken. Volgens woordvoerder Jacco Neleman is Dao ‘meerdere dagen voor de zitting’ meegedeeld dat er een tolk zou zijn. “De klacht is, nadat deze was ingediend, zeer snel opgepakt door het College van Bestuur en de Commissie SIAG. Gedurende het proces is de betreffende studente uitgebreid en regelmatig geïnformeerd.“

Ik heb niet het idee dat de commissie het begrip ‘consent’ begrepen heeft

Tijdens de zitting werd haar onder andere gevraagd wat voor kleding ze droeg tijdens de aanranding, vertelt Dao. Ze is erg boos over die vraag. “Ik heb niet het idee dat de commissie het begrip ‘consent’ begrepen heeft.” De universiteit wil ‘in het belang van alle betrokkenen’ niet ingaan op de inhoud van de zitting.

Of de aangeklaagde student al gehoord is, weet Dao niet. “Dat wil de Commissie me niet vertellen.” Ook krijgt Dao tegenstrijdige berichten of ze het verslag van zijn zitting mag inzien. “De ene medewerker zegt van wel, de andere van niet.” Frustratie over de manier waarop de universiteit haar klacht afhandelt, deed Dao besluiten tot het protest in het Sandersgebouw.

De universiteit laat aan EM weten dat de hoorzitting met de student inmiddels wel heeft plaatsgevonden, en ook dat dat is meegedeeld aan Dao.

Symbolisch

Mocht de beschuldigde student een campusverbod krijgen, dan heeft dat hooguit symbolische waarde. Hij studeert in juni al af, terwijl een advies van de Commissie SIAG minstens tien weken op zich laat wachten. Daarna heeft het College van Bestuur nog drie weken de tijd om tot een besluit te komen. Na zijn studie keert de student vermoedelijk terug naar zijn thuisland Vietnam. Toch vindt Dao de zaak niet zinloos. “Ik wil dat er gerechtigheid komt. En dat andere slachtoffers zien dat de universiteit er wél wat aan kan doen.”

 

EUR-studente start petitie om aanrander te schorsen – Erasmus Magazine

Source: EUR-studente start petitie om aanrander te schorsen – Erasmus Magazine

Zowel het slachtoffer als de verdachte zijn studenten bij Communicatie en Media (IBCoM) en hebben allebei de Vietnamese nationaliteit. Volgens Dao gaat het om een (voordien) ‘goede vriend’, die haar in januari 2017 betast zou hebben terwijl ze sliep. Later zou hij per mail zijn excuses aangeboden hebben. Ook zou hij haar beloofd hebben de studie vrijwillig te verlaten.

Aangifte

Maar in het collegejaar erna stond hij toch nog ingeschreven. Daarop zocht Dao hulp van studieadviseurs, die haar verwezen naar de decaan van de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC). Dao kreeg naar eigen zeggen te horen dat de universiteit weinig anders kon doen dan voorkomen dat de vermeende dader en slachtoffer in dezelfde werkcolleges terecht kwamen, en dat ze het beste aangifte kon doen bij de politie. Dat heeft ze in februari 2018 gedaan en de zaak loopt nog. Het duurt waarschijnlijk nog zeker zes maanden voordat de zaak voor de rechter komt. Tegen die tijd zullen zowel Dao als de verdachte al klaar zijn met hun bachelor aan de EUR.

Petitie

Omdat IBCoM dit semester colleges heeft waaraan alle studenten verplicht deel moeten nemen, zit Dao toch weer bij haar belager in de zaal. Omdat het nog lang duurt voordat haar zaak wordt behandeld, vraagt Dao de universiteit om toch onmiddellijk actie te ondernemen, zodat ze hem niet meer hoeft tegen te komen. Met een petitie probeert ze haar verzoek aan de universiteit kracht bij te zetten.

Een woordvoerder van de universiteit wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan, maar laat wel weten ‘de veiligheid van onze studenten altijd voorop te stellen’. “We hebben kennis genomen van de petitie van een IBCoM-studente. We doen echter geen uitspraken over individuele personen en de aard van deze zaak, in het belang van de privacy van betrokkenen en vanwege het feit dat de zaak bij politie en het OM ligt. We willen echter wel benadrukken dat deze zaak altijd onze volle aandacht heeft gehad.” De ESHCC was nog niet in staat om op korte termijn te reageren.

Amerikaanse EUR-studente vermoord; huisgenoot opgepakt – Erasmus Magazine

Source: Amerikaanse EUR-studente vermoord; huisgenoot opgepakt – Erasmus Magazine

De politie kreeg rond half één een melding van een ruzie in het studentencomplex De Snor aan de Kralingse Kerklaan. In de woning vonden agenten de gewonde studente. Pogingen om haar te reanimeren mochten niet meer baten.

Psychologie

Al snel waren er aanwijzingen in de richting van de 23-jarige Rotterdammer, die bij haar in hetzelfde woonblok woonde en het slachtoffer kende. Op dat moment was hij onderweg van Rotterdam naar Eindhoven. Bij aankomst op het station werd hij aangehouden.

De Amerikaanse studente was volgens de Telegraaf zo’n twee jaar in Rotterdam. Ze volgde de internationale bachelor Psychologie en zat in haar tweede jaar.

Het slachtoffer en de vermoedelijke dader waren huisgenoten. Een studente die ook in De Snor woont vertelde EM: “Hij zou mentaal niet helemaal gezond zijn en regelmatig overlast veroorzaken met zijn cellomuziek.” De Amerikaanse werkt volgens haar in de HAS kebabzaak in de Erasmus Foodplaza. De medewerkers zijn donderdagochtend op de hoogte gesteld.

De universiteit organiseert donderdagmiddag een besloten bijeenkomst voor betrokkenen. Ook is er een herinneringskamer ingericht.

EUR overweegt deuren te sluiten voor hbo-studenten en scholieren – Erasmus Magazine

Source: EUR overweegt deuren te sluiten voor hbo-studenten en scholieren – Erasmus Magazine

Tijdens de drukke tentamenperiodes overweegt de EUR om studieplekken op campus Woudestein uitsluitend toegankelijk te maken voor EUR-studenten. Donderdag neemt het College van Bestuur een definitief besluit.

‘Groeipijn’ leidt tot problemen bij Rechten en Bedrijfskunde – Erasmus Magazine

Source: ‘Groeipijn’ leidt tot problemen bij Rechten en Bedrijfskunde – Erasmus Magazine

Rechten krijgt de laagste waardering van alle EUR-opleidingen. Studenten geven de studie slechts 36 van de 100 punten. Vorig jaar was dat nog 44. De grootste problemen zijn volgens de Keuzegids het niveau van wetenschappelijke vorming (drie minnetjes), faciliteiten en toetsing (twee minnetjes).

De Nederlandstalige bachelor Bedrijfskunde van de Rotterdam School of Management krijgt een totaalscore van 48 (twee punten lager dan vorig jaar) en staat daarmee onderaan de lijst van alle bedrijfskundestudies. De faculteit doet het slecht wat betreft de ‘survival van het eerste jaar’, het aantal contacturen en faciliteiten. De docenten krijgen van de studenten zelfs twee minnetjes.

Ook Economie doet het niet goed: met 52 punten laat het alleen Utrecht en Amsterdam achter zich. Acht opleidingen doen het beter. Het is wel een kleine vooruitgang ten opzichte van vorig jaar, toen de score 48 was. De puntjes van zorg bij Economie zijn het overleven van het eerste jaar, het onderwijsprogramma, het niveau van de docenten, de praktijkgerichtheid en de faciliteiten (allemaal één minnetje).

Kijk en vergelijk

Vergelijk de cijfers van de studies van de EUR in de Keuzegidsen van 2016 tot en met 2019 met elkaar:

In vrije val

Een opleiding die zich sterk verbeterd heeft, is Algemene Cultuurwetenschappen. Waar de Keuzegids vorig jaar op een score van 52 uitkwam, is dat nu 68. Voormalige topper Wijsbegeerte (in 2016 maar liefst 90 punten) is in vrije val: sindsdien is de score ieder jaar gedaald naar 70. Liberal Arts and Sciences wordt het beste beoordeeld van alle EUR-opleidingen (72 punten), maar dat is wel tien punten minder dan vorig jaar.

Gemiddeld scoren de opleidingen de Erasmus Universiteit 57 punten. In 2016 was dat nog 64 punten. De universiteit krijgt als geheel 55 punten van de Keuzegids, daarmee laat Rotterdam alleen de Universiteit van Amsterdam nipt achter zich (54 punten). Wageningen is net als vorig jaar de beste universiteit.

De rechtenfaculteit kon op deze korte termijn nog geen verklaring geven voor de lage score van de opleiding. De universiteit erkent dat er facilitaire problemen zijn geweest, voornamelijk door de tijdelijke sluiting van het Polakgebouw en door de snelle toename van het aantal studenten. “Het vergt grote inspanningen om dan de studie-ervaring op peil te houden. We houden bij het vastgoedbeleid natuurlijk rekening met de verwachte groei. Voldoende onderwijsruimte en studieplekken zijn voor ons erg belangrijk. We kijken nu naar mogelijkheden om dat te blijven waarborgen, ondanks het feit dat we door onze campusvernieuwing de komende periode over minder onderwijsruimtes kunnen beschikken.”

Verder ziet de universiteit het een stuk zonniger in dan de Keuzegids. “Uit de jaarlijkse Nationale Studenten Enquête blijkt dat EUR-studenten over het algemeen tevreden zijn met hun universiteit: zowel de studie als de sfeer op de opleiding krijgen ruim een 4 op een schaal van 1 tot 5. Dat geldt ook voor de mate waarin studenten hun opleiding zouden aanraden aan vrienden, familie of collega’s. Op veel gebieden scoort de Erasmus Universiteit dichtbij of op het landelijk gemiddelde”, schrijft een woordvoerder.

Keuzegids

De Keuzegids wordt ieder jaar aangeboden aan scholieren om te helpen bij hun studiekeuze. De beoordelingen worden berekend op basis van de Nationale Studenten Enquête en indicatoren van de universiteiten zelf. Ook het oordeel van experts wordt meegewogen in de totaalscore.

Deze hoogleraren vonden hun publicaties terug in een ‘rooftijdschrift’

Verschenen in Erasmus Magazine

Zeker 39 artikelen van EUR-wetenschappers verschenen de afgelopen jaren in tijdschriften die als rooftijdschrift te boek staan, blijkt uit onderzoek van EM. Wetenschappers weten op moment van publicatie niet altijd dat het gaat om een tijdschrift van bedenkelijke kwaliteit, of nemen er genoegen mee omdat betere tijdschriften niet haalbaar waren. EM sprak met emeritus hoogleraar Meine Pieter van Dijk (ISS) en bijzonder hoogleraar Michaéla Schippers (RSM) over wat het betekent als je artikel in een malafide tijdschrift blijkt te staan.

Woensdag publiceerde De Volkskrant over een onderzoek van een internationaal collectief naar rooftijdschriften – of in het Engels predatory journals –, die zich voordoen als wetenschappelijk maar er geen degelijke peer-reviewprocedure op nahouden en tegen betaling eigenlijk alles publiceren wat hen wordt aangeboden.

Tot voor kort hield de Amerikaanse bibliothecaris Jeffrey Beall van de University of Colorado Denver de List of Beall bij, die wereldwijd gold als de belangrijkste ‘zwarte lijst’ voor rooftijdschriften. Op die lijst staan onder andere twee grote uitgevers, OMICS en Scientific Research. Bij die twee trof EM in totaal 39 artikelen met een EUR-wetenschapper als auteur aan. Daarvan waren er zeventien auteurs afkomstig van het Erasmus MC, zeven van het Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag en zes van de Erasmus School of Economics.

‘Dat kan niet goed zijn’

De meest voorkomende naam op de lijst is die van Meine Pieter van Dijk, emeritus hoogleraar bij het ISS. Hij schreef tot nu toe zo’n driehonderd artikelen, vijf daarvan bleken achteraf in predatory journals te staan. Samen met promovendi schreef hij in Modern Economy, de American Journal of Climate Change en Low Carbon Economy (alle drie van Scientific Research). Bij OMICS schreef hij in de Journal of Coastal Zone Management en de International Journal of Waste Resources. Maar op het moment van publiceren wist Van Dijk nog niet dat het ging om predatory journals, zegt hij.

Meine Pieter van Dijk (ISS)

Wanneer kwam u erachter dat er iets mis was bij die bladen?

“Ik diende een artikel over China in bij Modern Economy, en de enige opmerking was dat ik een zin over Mao Zedong moest rectificeren. Toen dacht ik al: dat kan niet goed zijn, want dat stuk ging helemaal niet over Mao. Maar ik was al blij dat het geaccepteerd werd en heb het toen verder laten gaan. En bij de topbladen heb je vaak vier of vijf reviews, en die zijn wel drie of vier pagina’s lang. Bij deze bladen kreeg je er misschien twee, en die waren dan heel oppervlakkig. De discussie over predatory journalskwam pas later.”

Wat zijn de consequenties dat uw werk in zulke tijdschriften staat? Heeft dat een negatieve uitstraling op uw onderzoek?

“Niet altijd. Mijn artikel in Modern Economy, nu een duidelijk rooftijdschrift, staat gewoon in Google Scholar en is al twintig keer geciteerd. En bij mij gaat het maar om vijf van mijn driehonderd artikelen, dat is dan jammer maar geen groot probleem. Als je daarentegen maar één publicatie hebt kan het heel zuur zijn, dan is je hele oogst weg. Ik had een collega die in Indonesië solliciteerde naar een vaste aanstelling. Toen de decaan erachter kwam dat zijn enige artikel in een predatory journal stond, kon hij die baan vergeten.”

Denkt u dat het vaak gebeurt, dat promovendi niet door hebben dat ze met een slecht blad te maken hebben?

“Er zijn wel 10.000 gedrukte bladen, Wie weet uit zijn hoofd hoe goed die zijn? Er zijn misschien een stuk of zestig goede in jouw vakgebied, waarvan er vijf echt gerenommeerd zijn. Die probeer je eerst, maar daarna moet je ‘naar beneden’. Ik ben daar vrij openhartig over hoor. Ik wil publiceren over mijn onderzoek en ik wil mijn promovendi graag helpen om hun onderzoek gepubliceerd te krijgen. Dus als het niet in de top lukt, dan proberen we het lager. Ik heb te maken met PhD-studenten uit derdewereldlanden, en dat is gewoon niet allemaal top. We voetballen ook niet allemaal in de Champions League.”

Het probleem van publiceren in bladen zonder goede peer-review lijkt me dat artikelen van gerenommeerde wetenschappers terecht komen naast alternatieve genezers en door ondernemers betaalde onderzoeken, zoals de Volkskrant beschrijft. Dat lijkt me ten koste gaan van de reputatie van die wetenschappers en wetenschap in het algemeen.

“Dat ben ik helemaal met u eens, maar u veronderstelt nu wel dat je als wetenschapper dan het hele nummer krijgt, en dat je die ook leest. Dat gaat natuurlijk niet zo. Je kijkt wel even, en dan denk je: dat ziet er wel aardig uit. Je leest niet alles. Daarom was die lijst van Beall ook zo handig.”

‘We hebben wel feedback gekregen’

Dat de wereld van wetenschappelijke tijdschriften niet zo zwartwit in te delen valt in goede tijdschriften en rooftijdschriften, blijkt uit het verhaal van bijzonder hoogleraar Michaéla Schippers van de Rotterdam School of Management. Haar artikel, dat ze publiceerde samen met haar promovendus Andreas Alexiou, verscheen in 2012 in het tijdschrift Psychology van Scientific Research, dat ook op de lijst van Beall staat. Toch voldoet haar ervaring niet helemaal aan dat van een predatory journal.

Michaéla Schippers (RSM)

Waren jullie bij de indiening op de hoogte van de status van Psychology als rooftijdschrift?

“Nee. Het was volgens de informatie die ik toen had geen toptijdschrift, maar de artikelen leken mij op het eerste gezicht van redelijke kwaliteit. Het is een open access journal, wij hebben dan ook geen feebetaald. In 2012 was de term predatory journal nog niet bekend, maar uiteraard hebben we wel gekeken of het volgens ons aan de minimale kwaliteitseisen eisen voldeed. En dat deed het. Wij hebben vervolgens een conceptueel artikel ingediend – dus toetsend onderzoek, niet gebaseerd op data. Als een eerste publicatie leek me dit voor mijn promovendus een goede oefening.”

Hebben jullie er tijdens het indieningsproces iets van gemerkt?

“Het was geen uitgebreid reviewproces, zoals bij een toptijdschrift, maar we hebben wel feedback gekregen en verwerkt.”

Beschouw je het dan niet als een rooftijdschrift, aangezien ze ook geen kosten rekenen?

“Ik denk dat dit eerder een journal is dat in de lagere regionen functioneert. Volgens mij is er een groot grijs gebied tussen predatory journalsen tijdschriften met een lage of geen impactfactor. De artikelen in dat soort journals zijn niet per se van lage kwaliteit, maar de bladen kennen ook niet het rigoureuze peer-reviewproces dat journals met een hoge impactfactor hebben. Wat overigens ook geen harde garantie is voor kwaliteit.”

Ook EUR-wetenschappers in neptijdschriften

Verschenen in Erasmus Magazine

Nederlandse wetenschappers hebben de laatste jaren honderden artikelen gepubliceerd in bekende neptijdschriften. Ook viroloog Ab Osterhaus en psychiater Witte Hoogendijk (beiden Erasmus MC) zijn terug te vinden in de tijdschriften. Dat bericht de Volkskrant woensdag.

De academici zijn terug te vinden in een inventarisatie van het internationale onderzoekscollectief ICIJ, dat eerder de bekende Panama Papers publiceerde. De Volkskrant kreeg als enige Nederlandse medium inzage in de database.

Het onderzoek van ICIJ richtte zich op twee bekende nepuitgevers: het Indiase OMICS, dat meer dan 700 tijdschriften uit zou geven, en het Turkse WASET, dat vooral conferenties organiseert en daarvan verslagen publiceert. In de Verenigde Staten worden beide bedrijven door justitie verdacht van oplichting en bedrog. Op internet staan veel waarschuwingen van bezorgde of bedrogen wetenschappers.

Alternatieve genezers

Het gaat vaak om artikelen van promovendi of jonge wetenschappers, die bij grotere tijdschriften zijn afgewezen. In die artikelen zijn hoogleraren regelmatig de laatstgenoemde auteur. Tegen betaling van enkele honderden dollars publiceren deze tijdschriften supersnel wetenschappelijke artikelen, zonder ingewikkelde vragen of een goede peer-review. Daardoor komen de namen van topwetenschappers terecht in tijdschriften, waarin ook ondernemers als Danone of alternatieve genezers hun ‘wetenschappelijke’ artikelen plaatsen. OMICS en WASET beweren overigens dat hun reviewproces wel op orde is, en dat ze worden zwartgemaakt door de grote uitgevers.

Hoogendijk zegt in de Volkskrant zich niet goed te herinneren dat hij het artikel, dat bij OMICS verscheen, heeft gepubliceerd. “De eerste auteur bij mijn eerdere werkgever heeft dat kennelijk zo geregeld en ik houd me niet zo met dat publicatiegedoe bezig.”

‘Probleem van beperkte omvang’

Directeur Matthijs van Otegem van de Universiteitsbibliotheek noemt de EUR-artikelen in de neptijdschriften ‘wel een probleem, maar van beperkte omvang’. “Als het zoals nu uitkomt, dan betekent het dat mensen je onderzoek niet meer serieus nemen. Dat is heel vervelend, want als je het al ergens hebt gepubliceerd, kun je het niet nog een keer publiceren in een goed journal.”

Volgens Van Otegem komt het probleem zelden voor op de EUR. “Je wordt als wetenschapper voortdurend bestookt met spammails van dit soort uitgevers, en je moet er gewoon niet op ingaan. De meeste wetenschappers kiezen een tijdschrift dat ze al kennen, met een hoge impactfactor.” Daarnaast biedt de bibliotheek een webpagina aan met tips om neptijdschriften te herkennen.

Overigens houdt Van Otegem wel een slag om de arm of EUR-wetenschappers überhaupt vrijwillig in zee gegaan zijn met deze journals. “Het kan ook nog zo kan zijn dat de tijdschriften artikelen stelen uit goede journals, waardoor je als wetenschapper zonder medeweten in het blad terechtkomt.”

Duimen draaien in Werkendam

ean Pierre Mujyambere studeerde in 2014 af aan de Erasmus Universiteit. De nu 41-jarige Congolees rondde de master International and European Public Law af. Cum laude. Tegelijkertijd is Mujyambere ook asielzoeker. De IND wil dat hij naar Congo terugkeert. Maar zelf zegt hij dat dat helemaal niet kan. Als politiek dissident is hij daar niet veilig. Bovendien zijn zoon Steve (8) en dochter Ornella (4) hier opgegroeid, dus voor hen is het geen teruggaan naar Congo, maar weggaan uit Nederland. Nu woont hij met zijn gezin in Werkendam, maar nog altijd zonder werkvergunning om te werken.

Verder lezen

‘University Support Centre splitst weer op in zes diensten’

Verschenen in Erasmus Magazine

Volgens Eddy Hus, derde lid van het College van Bestuur en interim-directeur van het USC, zullen er geen gedwongen ontslagen vallen bij de reorganisatie. Wel kan het leiden tot bezuinigingen op het materieel budget of de inzet van inhuurkrachten. “Wat we gaan doen is een bovengrens stellen aan wat dienstverlening op deze universiteit mag kosten”, zegt Hus.

De negen eenheden waaruit het USC nu bestaat, worden samengevoegd tot er zes over blijven. Dat betekent dat de twee ict-afdelingen worden samengevoegd tot één dienst en ook Real Estate Services en Facility Services gaan samen. De directeuren van de zes diensten zullen rechtstreeks aan het CvB rapporteren.

Klachten over de service

Het USC ontstond in 2015 uit een fusie van de diensten ICT, Financiën en personeelszaken, Onderwijs, Onderzoek en Studentzaken en het Erasmus Facilitair Bedrijf. Dat ging gepaard met een flinke bezuiniging en vermindering van het aantal medewerkers. Die reorganisatie was een moeizaam en zwaar traject voor alle betrokkenen, waardoor het nooit helemaal zijn vruchten heeft afgeworpen, zegt Eddy Hus. Men was blij dat er eindelijk overeenstemming was met de vakbonden en de medezeggenschap over de reorganisatie, maar het ontbrak aan de energie om het plan ook helemaal uit te voeren. “Ik denk dat er sprake was van een soort moeheid, ook omdat jarenlang de aandacht werd opgeëist door de ontwikkeling van de nieuwe campus. Dat je dan even op adem moet komen snap ik wel, maar je moet het uiteindelijk wel gaan doen.”

‘Meer geld komt er niet bij. Elke euro die naar ondersteunende diensten gaat, kan niet naar onderzoek en onderwijs’

Eddy Hus

“Sinds de fusie gingen veel dingen goed, maar er waren ook minder goede kanten: het USC was een bureaucratisch bolwerk, en wat mij opviel was dat er heel weinig informatie voor klanten en bestuur uit voortkwamen. Er zijn binnen het USC wel negentig processen waarover je zou kunnen rapporteren, maar ik moet de eerste goede rapportage nog onder ogen krijgen”, zei Hus. Ook waren de belangrijkste afnemers van het USC, de decanen, ontevreden over de kwaliteit van de dienstverlening. “Decanen klaagden over de service: de telefoon werd te laat opgenomen, de verwarming deed het niet, de audiovisuele voorzieningen waren onbetrouwbaar, de samenwerking met de faculteiten liep niet goed en ze hadden voor hun gevoel te weinig invloed op het functioneren van het USC”, vertelt Hus.

Tegelijk dreigt er een tekort van anderhalf miljoen euro per jaar. Maar meer geld komt er niet bij, zegt Hus. “Er gaat al 90 miljoen euro per jaar naar het USC. Maar elke euro die naar ondersteunende diensten gaat, kan niet naar onderzoek en onderwijs.”

Directeur vertrokken

Twee maanden geleden vertrok USC-directeur Kees Lansbergen. Hus volgde hem op, om te zien hoe de processen binnen het USC verliepen en om aan te kunnen schuiven bij de managementvergaderingen. Sindsdien speelt Hus een dubbelrol, waarin hij als USC-directeur rapporteert aan het College van Bestuur, waar hij zelf deel van uitmaakt. Dat is ondervangen door de verantwoordelijkheid voor het USC bij Collegevoorzitter Kristel Baele te leggen. De Universiteitsraad heeft moeite met deze constructie, maar op termijn verdwijnt de functie van USC-directeur helemaal, belooft Hus.

Verzakelijking

Om de bedrijfsvoering bij het USC te verbeteren, zullen faculteiten ook zaken moeten aanpassen, benadrukt hij. “Het is nu niet altijd duidelijk met wie van de faculteit het USC aan tafel zit”, vertelde Hus hierover. “De ene keer is dat een decaan, de andere keer een faculteitsdirecteur en weer een andere keer een controller. Dan is het ook onduidelijk wat voor mandaat iemand heeft.” In de toekomst wordt dat altijd de facultair directeur, die over de bedrijfsvoering gaat. Nog niet alle faculteiten hebben een facultair directeur.

Hus spreekt van een ‘verzakelijking’. “Ik krijg nu bijvoorbeeld een investeringsvoorstel voor 600.000 euro in audiovisuele middelen voor een faculteit. Nu is vaak niet duidelijk wie deze kosten voor zijn rekening neemt. Straks kan ik tegen de facultair directeur zeggen: als we dit investeren, betaal je dat dan ook?”

Centraal loket

Niet alle centrale diensten van het USC worden opgeheven. Het centrale loket van het USC blijft bijvoorbeeld. En als alle afdelingen weer grotendeels zelfstandig worden, blijft de naam USC dan bestaan? Dat vindt Hus niet zo belangrijk. Goede kwaliteit dienstverlening voor studenten, docenten en faculteiten tegen de juiste prijs is zijn doel. “We moeten wel van die afkorting af. Boven de deur van de servicebalie staat nu bijvoorbeeld ‘USC frontoffice’. Dat zegt studenten en medewerkers vaak helemaal niets. Ik heb opdracht gegeven om dat te vervangen door bijvoorbeeld ‘servicebalie’.”

De plannen zijn inmiddels grotendeels afgestemd met de decanen, het management van USC en de Universiteitsraad. Begin juli spreekt Hus met de dienstraad van USC over de plannen. Na de zomer zal het reorganisatieplan voorgelegd worden aan andere belanghebbenden, zoals de medezeggenschap en de vakbonden.

ESE en RSM hebben minste vrouwelijke hoogleraren

Verschenen in Erasmus Magazine

Beter gaat het bij de faculteiten ESL, ESHCC en de instituten ISS en ESHPM. Daar ligt het percentage vrouwelijke hoogleraren nu al boven de 20 procent. 

Slechts vier

Een poging van het ministerie van Onderwijs om 100 vrouwelijke hoogleraren extra aan te stellen, de zogenaamde Westerdijk Talent Impuls, liep op de Erasmus Universiteit uit op een mislukking: slechts vier van de negen aan faculteiten beschikbaar gestelde subsidies werden gebruikt.

Het College van Bestuur (CvB) steekt zijn teleurstelling over het gebrek aan actie bij de faculteiten niet onder stoelen of banken. In de universiteitsraadsvergadering van afgelopen dinsdag benadrukte scheidend rector Huib Pols nog dat de macht om iets te veranderen bij de decanen ligt. “Als rector is je controle hierover vrij klein. Decanen kunnen veel meer. Maar dan is het uiteindelijk een kwestie van willen”, zei hij over de teleurstellende uitkomst van Westerdijk. Wel erkende Pols dat het voor faculteiten als de RSM moeilijk is vrouwelijk talent te behouden of binnen te halen. “Veel toptalenten vertrekken naar grote bedrijven.”

Geen reactie

Om de doelstellingen voor 2020 toch te halen wil het CvB een ‘gelijksoortig programma’ als Westerdijk opstarten. Ook krijgen veel vrouwen de mogelijkheid om door te groeien van bijzonder hoogleraar naar gewoon hoogleraar. Verder zijn er diversiteitsmedewerkers of -teams aangesteld bij de faculteiten, is er een ‘recruitment en selectie-toolkit’ en komen er trainingen tegen impliciete bias.

Ook heeft het CvB, op verzoek van de Universiteitsraad, enige tijd geleden de faculteiten gevraagd om de vraag te beantwoorden waarom het niet gelukt is om een vrouwelijke kandidaat te vinden voor de Westerdijksubsidie. De faculteiten hebben nog niet op gereageerd op die oproep. Wel hebben enkele faculteiten een toelichting gegeven tegenover EM.