‘University Support Centre splitst weer op in zes diensten’

Verschenen in Erasmus Magazine

Volgens Eddy Hus, derde lid van het College van Bestuur en interim-directeur van het USC, zullen er geen gedwongen ontslagen vallen bij de reorganisatie. Wel kan het leiden tot bezuinigingen op het materieel budget of de inzet van inhuurkrachten. “Wat we gaan doen is een bovengrens stellen aan wat dienstverlening op deze universiteit mag kosten”, zegt Hus.

De negen eenheden waaruit het USC nu bestaat, worden samengevoegd tot er zes over blijven. Dat betekent dat de twee ict-afdelingen worden samengevoegd tot één dienst en ook Real Estate Services en Facility Services gaan samen. De directeuren van de zes diensten zullen rechtstreeks aan het CvB rapporteren.

Klachten over de service

Het USC ontstond in 2015 uit een fusie van de diensten ICT, Financiën en personeelszaken, Onderwijs, Onderzoek en Studentzaken en het Erasmus Facilitair Bedrijf. Dat ging gepaard met een flinke bezuiniging en vermindering van het aantal medewerkers. Die reorganisatie was een moeizaam en zwaar traject voor alle betrokkenen, waardoor het nooit helemaal zijn vruchten heeft afgeworpen, zegt Eddy Hus. Men was blij dat er eindelijk overeenstemming was met de vakbonden en de medezeggenschap over de reorganisatie, maar het ontbrak aan de energie om het plan ook helemaal uit te voeren. “Ik denk dat er sprake was van een soort moeheid, ook omdat jarenlang de aandacht werd opgeëist door de ontwikkeling van de nieuwe campus. Dat je dan even op adem moet komen snap ik wel, maar je moet het uiteindelijk wel gaan doen.”

‘Meer geld komt er niet bij. Elke euro die naar ondersteunende diensten gaat, kan niet naar onderzoek en onderwijs’

Eddy Hus

“Sinds de fusie gingen veel dingen goed, maar er waren ook minder goede kanten: het USC was een bureaucratisch bolwerk, en wat mij opviel was dat er heel weinig informatie voor klanten en bestuur uit voortkwamen. Er zijn binnen het USC wel negentig processen waarover je zou kunnen rapporteren, maar ik moet de eerste goede rapportage nog onder ogen krijgen”, zei Hus. Ook waren de belangrijkste afnemers van het USC, de decanen, ontevreden over de kwaliteit van de dienstverlening. “Decanen klaagden over de service: de telefoon werd te laat opgenomen, de verwarming deed het niet, de audiovisuele voorzieningen waren onbetrouwbaar, de samenwerking met de faculteiten liep niet goed en ze hadden voor hun gevoel te weinig invloed op het functioneren van het USC”, vertelt Hus.

Tegelijk dreigt er een tekort van anderhalf miljoen euro per jaar. Maar meer geld komt er niet bij, zegt Hus. “Er gaat al 90 miljoen euro per jaar naar het USC. Maar elke euro die naar ondersteunende diensten gaat, kan niet naar onderzoek en onderwijs.”

Directeur vertrokken

Twee maanden geleden vertrok USC-directeur Kees Lansbergen. Hus volgde hem op, om te zien hoe de processen binnen het USC verliepen en om aan te kunnen schuiven bij de managementvergaderingen. Sindsdien speelt Hus een dubbelrol, waarin hij als USC-directeur rapporteert aan het College van Bestuur, waar hij zelf deel van uitmaakt. Dat is ondervangen door de verantwoordelijkheid voor het USC bij Collegevoorzitter Kristel Baele te leggen. De Universiteitsraad heeft moeite met deze constructie, maar op termijn verdwijnt de functie van USC-directeur helemaal, belooft Hus.

Verzakelijking

Om de bedrijfsvoering bij het USC te verbeteren, zullen faculteiten ook zaken moeten aanpassen, benadrukt hij. “Het is nu niet altijd duidelijk met wie van de faculteit het USC aan tafel zit”, vertelde Hus hierover. “De ene keer is dat een decaan, de andere keer een faculteitsdirecteur en weer een andere keer een controller. Dan is het ook onduidelijk wat voor mandaat iemand heeft.” In de toekomst wordt dat altijd de facultair directeur, die over de bedrijfsvoering gaat. Nog niet alle faculteiten hebben een facultair directeur.

Hus spreekt van een ‘verzakelijking’. “Ik krijg nu bijvoorbeeld een investeringsvoorstel voor 600.000 euro in audiovisuele middelen voor een faculteit. Nu is vaak niet duidelijk wie deze kosten voor zijn rekening neemt. Straks kan ik tegen de facultair directeur zeggen: als we dit investeren, betaal je dat dan ook?”

Centraal loket

Niet alle centrale diensten van het USC worden opgeheven. Het centrale loket van het USC blijft bijvoorbeeld. En als alle afdelingen weer grotendeels zelfstandig worden, blijft de naam USC dan bestaan? Dat vindt Hus niet zo belangrijk. Goede kwaliteit dienstverlening voor studenten, docenten en faculteiten tegen de juiste prijs is zijn doel. “We moeten wel van die afkorting af. Boven de deur van de servicebalie staat nu bijvoorbeeld ‘USC frontoffice’. Dat zegt studenten en medewerkers vaak helemaal niets. Ik heb opdracht gegeven om dat te vervangen door bijvoorbeeld ‘servicebalie’.”

De plannen zijn inmiddels grotendeels afgestemd met de decanen, het management van USC en de Universiteitsraad. Begin juli spreekt Hus met de dienstraad van USC over de plannen. Na de zomer zal het reorganisatieplan voorgelegd worden aan andere belanghebbenden, zoals de medezeggenschap en de vakbonden.

ESE en RSM hebben minste vrouwelijke hoogleraren

Verschenen in Erasmus Magazine

Beter gaat het bij de faculteiten ESL, ESHCC en de instituten ISS en ESHPM. Daar ligt het percentage vrouwelijke hoogleraren nu al boven de 20 procent. 

Slechts vier

Een poging van het ministerie van Onderwijs om 100 vrouwelijke hoogleraren extra aan te stellen, de zogenaamde Westerdijk Talent Impuls, liep op de Erasmus Universiteit uit op een mislukking: slechts vier van de negen aan faculteiten beschikbaar gestelde subsidies werden gebruikt.

Het College van Bestuur (CvB) steekt zijn teleurstelling over het gebrek aan actie bij de faculteiten niet onder stoelen of banken. In de universiteitsraadsvergadering van afgelopen dinsdag benadrukte scheidend rector Huib Pols nog dat de macht om iets te veranderen bij de decanen ligt. “Als rector is je controle hierover vrij klein. Decanen kunnen veel meer. Maar dan is het uiteindelijk een kwestie van willen”, zei hij over de teleurstellende uitkomst van Westerdijk. Wel erkende Pols dat het voor faculteiten als de RSM moeilijk is vrouwelijk talent te behouden of binnen te halen. “Veel toptalenten vertrekken naar grote bedrijven.”

Geen reactie

Om de doelstellingen voor 2020 toch te halen wil het CvB een ‘gelijksoortig programma’ als Westerdijk opstarten. Ook krijgen veel vrouwen de mogelijkheid om door te groeien van bijzonder hoogleraar naar gewoon hoogleraar. Verder zijn er diversiteitsmedewerkers of -teams aangesteld bij de faculteiten, is er een ‘recruitment en selectie-toolkit’ en komen er trainingen tegen impliciete bias.

Ook heeft het CvB, op verzoek van de Universiteitsraad, enige tijd geleden de faculteiten gevraagd om de vraag te beantwoorden waarom het niet gelukt is om een vrouwelijke kandidaat te vinden voor de Westerdijksubsidie. De faculteiten hebben nog niet op gereageerd op die oproep. Wel hebben enkele faculteiten een toelichting gegeven tegenover EM.